skip to Main Content

Bij peuters en kleuters met het Williams Beuren Syndroom verloopt de lichamelijke en verstandelijke ontwikkeling trager. Vooral het leren bewegen en lopen duurt meestal langer. De vertraagde groei is zichtbaar in lengte en gewicht: zij blijven relatief klein.

Peuters met WBS zijn later met rechtop zitten, staan, kruipen en lopen. Vaak lukt het ze niet om voor het tweede of derde levensjaar te leren lopen. Dit heeft te maken met verminderde spierspanning (hypotonie) en extreem mobiele gewrichten.

De hypotonie kan ook leiden tot problemen bij zuigen, hoesten en het leren praten.

Na een late start met praten, kunnen kinderen met WBS een inhaalslag maken en alsnog heel taalvaardig worden. Als zij eenmaal kunnen praten, doen zijn dat vaak graag en veel – vooral met volwassenen. Hierbij gebruiken ze soms woorden die ze niet echt begrijpen. Gevolg: kinderen met WBS vaak overschat in hun mogelijkheden.

Peuters en kleuters kunnen last hebben slaapproblemen, zoals ’s nachts wakker worden en angstig zijn, onrustig slapen en slaperigheid overdag. Deze problemen kunnen op latere leeftijd aanhouden.

De karakteristieke uiterlijke kenmerken van WBS is in deze leeftijdsfase soms nog moeilijk te herkennen. Dat verandert vanaf de schoolleeftijd.

De meeste jonge kinderen hebben moeite met het verwerken van zintuigelijke prikkels. Ze kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met lopen over zand of gras, of met aangeraakt worden. Door hun overgevoeligheid zijn ook bepaalde geluiden pijnlijk voor ze, zoals het geluid van een stofzuiger, haardroger, boormachine, knallende ballons, sirenes, handgeklap of plots lachen. Door deze geluiden kunnen zij helemaal van slag raken. Die problemen zijn er niet als het kind er controle over heeft, bijvoorbeeld wanneer het zelf trommelt. Vaak leren kinderen op latere leeftijd beter omgaan met dit soort prikkels van buitenaf.

Back To Top