skip to Main Content

Een baby met het Williams Beuren Syndroom is bij de geboorte klein en licht. Het lijkt onvolgroeid, ook al is er sprake van een voldragen zwangerschap.

Zuigen en drinken – en dus ook het groeien – verloopt moeizaam, doordat er problemen zijn met de aansturing van de tong- en wangspieren. Dit kan overmatig kwijlen tot gevolg hebben. De baby kan daarom extra sondevoeding nodig hebben. Ook kan de baby problemen hebben met de overgang van borst- of flesvoeding naar vast voedsel.

Veel baby’s met WBS huilen veel en slapen onrustig. Dit kan te maken hebben met een te hoog calciumgehalte in het bloed (hypercalcemie) en met darmkrampen, waar ze meer en langer last van hebben. Meestal verbetert dit rond de 10 maanden.

Vaak is de grote slagader van het lichaam te nauw en kampen zij met een hoge bloeddruk.

Na enkele maanden wordt een achterstand in de ontwikkeling merkbaar. Bijvoorbeeld in de motoriek. Ook de spraak komt later op gang.

In het eerste levensjaar kunnen verschillende symptomen voorkomen, zoals darmkolieken, terugkerende oorontstekingen en een hartruis. Deze symptomen verschillen echter van kind tot kind.

Back To Top